SuriGids.com

 

 

 

Home
Up
Distrikt Brokopondo
Distrikt Commewijne
Distrikt Coronie
Distrikt Marowijne
Distrikt Nickerie
Distrikt Para
Distrikt Saramacca
Distrikt Sipaliwini
Distrikt Wanica
Mappen van Suriname

 

 

Distrikt Sipaliwini.

 Geografie van het distrikt Sipaliwini

Enkele belangrijke plaatsen in distrikt Sipaliwini zijn Apetina, Apoera, Bakhuis, Bitagron, Pokigron, Kajana, Kamp 52, Pelelu Tepu, Cottica, Anapaike, Benzdorp, Kwamalasamutu, Nieuw Jacobkondre, Aurora, Boto-Pasi, Goddo, Djoemoe en Pontoetoe.
Het district Sipaliwini is het jongste van de tien districten van Suriname. Het werd ingesteld in 1983 als het district Binnenland. Een speciale commissie adviseerde de Regering om het nieuwe district te noemen Sipaliwini en zij motiveerde haar voorstel alsvolgt:
•De naam is afgeleid van het landschappelijk meest opvallende gebied in het nieuwe district;
• Er is geen ethnische groep in Suriname die aangeduid wordt met die naam;
• Het is toponymisch verantwoord om een gebied te noemen naar een opvallend deel  van dat gebied.

Het district Sipaliwini is in zes ressorten verdeeld t.w.

• Tapanahoni
• Boven-Suriname
• Boven-Saramacca
• Boven-Coppename
• Kabalebo
• Coeroenie
 
De Districtscommissaris van het district Sipaliwini zetelt in Paramaribo.
Sipaliwini beslaat een oppervlakte van 130.600 km˛ hetgeen bijna 80 % van het gehele nationale grondgebied uitmaakt. Het is verreweg het grootste district van Suriname.Voor de vorming van het district hebben vrijwel alle andere districten een deel van hun grondgebied moeten afstaan. Het district Sipaliwini grenst in het noorden aan de districten (van oost naar west) Marowijne, Para, Brokopondo, Coronie en Nickerie. In het Oosten wordt het district van Frans Guyana gescheiden door de Marowijne en haar bronrivieren. In het westen vormt de linkeroever van de Corantijn de grens met Guyana, dus de Guyanese oever. Het overgrote deel bestaat uit oerwoud, zonder wegen en zonder bewoning van enige importantie.

Het district Sipaliwini verschilt in vele opzichten van de andere districten en heeft in vele opzichten een geheel eigen karakter:

Het heeft een andere geologische opbouw dan de districten in het Noordelijk kustgebied en er komen veel bergen en heuvels voor en we vinden er de hoogste bergtoppen van het land Julianatop (1230m) en Hendriktop (1080m). Alle grote rivieren van Suriname ontspringen in dit district en stromen van zuid naar noord, naar de Atlantische Oceaan. Door de heuvels en bergen komen in de rivieren veel watervallen en stroomversnellingen voor. Het verkeer in dit district is voor het grootste deel op vervoer over water is aangewezen. In het kader van de Operation Grasshopper zijn in de afgelopen decennia op diverse plaatsen vliegveldjes aangelegd, wat in belangrijke mate heeft bijgedragen tot ontsluiting van het binnenland, terwijl de aanleg van de tweede 0ost-West verbinding en de aanleg van een spoorweg in West-Suriname ook grote delen van het binnenland bereikbaar heeft gemaakt voor wegverkeer.

Het gebied heeft mede door het voorgaande een geheel ander potentieel aan natuurlijke hulpbronnen, w.o. bosbouw, mijnbouw (goud en bauxiet) en eco-toerisme;

Sipaliwini is zeer schaars bewoond en de mensen wonen  meestal in stamverband langs de rivieren waarbij de cultuur der voorouders in ere wordt gehouden

De gehele Zuidgrens van Suriname valt samen met de Zuidgrens van Sipaliwini. Het district komt nergens aan zee (evenals Para en Brokopondo).

Vroeger was het binnenland voor een groot deel nog volkomen onbekend gebied, maar door een aantal wetenschappelijke expedities in de beginjaren van deze eeuw en de jaren daarna is veel kennis vergaard over de binnenlanden. Maar vooral de luchtkartering na de Tweede Wereldoorlog en de ontwikkelingsplannen daarna: Operation Grasshopper en het West-Surinameplan, hebben, in combinatie met de moderne verkeersmogelijkheden, het binnenland geheel opengelegd.

Belangrijke plaatsen in Sipaliwini zijn de woonplaatsen van de inheemsen en de woonplaatsen van de verschillende stammen van de Marrons. Stoelmanseiland en Djoemoe, waar de Medische Zending van de E.B.G zendingshospitalen heeft gebouwd, die genoemd zijn naar Johannes King en Jaja Dande, twee personen uit de Matawai en de Saramaccaner-gemeenschap, die voor het werk van de zending der Hernhutters belangrijk zijn geweest. De Medische Zending heeft in het gehele district een netwerk van poliklinieken opgezet, die met elkaar en met het Diakonessenhuis in Paramaribo in verbinding staan en waar medische zorg wordt verleend. Ernstig zieke patienten worden naar Paramaribo vervoerd, waar ze in het Diakonessenhuis de nodige hulp krijgen.
Verder kunnen genoemd worden Ladoeani, Goejaba en Botopasi aan de Surinamerivier, Benzdorp aan de Lawa en Njoen Jacobkondre aan de Saramacca.

De grote bergketens van Suriname bevinden zich alle in het district Sipaliwini, t.w. het Wilhelminagebergte met de Julianatop (1230 m), het Van Asch van Wijckgebergte, genoemd naar een gouverneur van Suriname met de Ebbatop (720 m), het Bakhuisgebergte, (hier zijn er grote bauxietvoorkomens, die misschien in een niet te verre toekomst in exploitatie genomen zullen worden), de Emmaketen met de Hendriktop (1080 m), het Eilerts de Haangebergte, het Lelygebergte, het Oranjegebergte en het Nassaugebergte.

Ook vrijwel alle watervallen en stroomversnellingen vinden we in het district Sipaliwini. Genoemd kunnen worden de Armina, Pedrosoengoe, Manbari- en Poeloegoedoevallen in de Marowijnerivier; Granholosoela en Gransoela in de Tapanahoni; de Linsidedeval en Maripasoela in de Lawa; de Tapawatraval en de Awaradam in de Surinamerivier en de Gran Rio; de Blanchemarieval in de Nickerie rivier; de Wonotobovallen, de Tijgervallen en de Anoravallen (=Frederik Willem IV vallen) in de Corantijn rivier.

 De bevolking van het distrikt Sipaliwini

Toch zijn in dit distrikt wel gebieden te onderscheiden waar  relatief dichte bewoning voorkomt. Met name langs de Suriname- en de Tapanahonirivier. Langs de overige grote rivieren is de bewoning wat minder. Met uitzondering van Apoera zijn alle nederzettingen in het distrikt Sipaliwini, traditionele gesloten dorpsgemeenschappen welke aan een rivier zijn gelegen.
Het aantal inwoners van het district is geschat op ongeveer 25800  en bestaat vrijwel uitsluitend uit Inheemsen (Indianen) en Boslandcreolen (nakomelingen van de Marrons, die in de slaventijd de slavernij op de plantages ontvluchtten en de wijk namen naar de bossen).De belangrijkste Indianen-stammen in Suriname zijn de Karaiben en de Arowakken, waarvan de meeste in het kustgebied wonen en de Trio's, Wajana's en Akoerio's, die vrijwel alle in het district Sipaliwini wonen, aan de Tapanahoni, de Lawa, de Paloemeu, de Sipaliwini en de Oelemari.

Het aantal Indianen in geheel Suriname wordt geschat op 7.000, waarvan 2600 Karaiben, 2300 Arowakken, 900 Trio's en 400 Wajana's. Een groot deel van hen woont in Sipaliwini. Belangrijke Indianen-nederzettingen in het district Sipaliwini zijn o. m. Corneliskondre aan de Wayambo (Karaiben); Washabo en Apoera aan de Corantijn (Arowakken); Kwamalasemoetoe aan de Sipaliwini en Pelelutepu aan de Boven-Tapanahoni (Trio's); Kawemhakan aan de Lawa (Wajana's).

De oudste archeologische vondsten van (Indianen-) bewoning in Suriname zijn gedaan op de Sipaliwini-savanna. Ook zijn langs de beide grensrivieren Corantijn en Marowijne rotstekeningen/ petroglyphen/ timehri's aangetroffen, waarvan men aanneemt dat ze gemaakt zijn door vroege inheemse bewoners, die vanuit het zuiden Suriname zijn binnengedrongen.

Van de Boslandcreolen/Marrons wonen de Saramaccaners aan de Surinamerivier (zetel van de granman is gevestigd te Asidonhopo aan de Surinamerivier), de Aucaners of Djuka's wonen aan de Tapanahoni en de Boven-Marowijne, aan de Sarakreek en aan de Cottica (zetel van de granman is gevestigd te Drietabbetje aan de Tapanahoni), de Matuariers/Matawai wonen aan de Saramaccarivier (zetel van de granman is gevestigd te Posoegroenoe aan de Saramaccarivier), de Paramaccaners wonen aan de middenloop van de Marowijnerivier (zetel van de granman is gevestigd te Langatabbetje aan de Marowijnerivier).

Kleinere groepen zijn de Aloekoe's aan de Lawa en de Kwinti's aan de Coppename.

De Saramaccaners zijn nakomelingen van Marrons die vooral in de eerste helft van de 18e eeuw naar de bossen trokken. Veel plantage-eigenaars waren in die dagen Joden die uit Brazilie naar Suriname waren getrokken en Portugees spraken, waardoor in de omgangstaal van die dagen (het sranan van toen) veel woorden voorkwamen die aan het portugees waren ontleend. Dit is nu nog merkbaar aan de taal van de Saramaccaners, die niet alleen het zangerige heeft van het portugees, maar ook in de woordenschat de portugese invloed laat blijken (woorden als moeje, b.v.)
In 1762 werd door het Koloniaal Gouvernement vrede gesloten met deze Marrons, een vrede die net als die met de Aucaners enkele malen werd vernieuwd en stand gehouden heeft tot op de huidige dag. Jaja Dande, naar wie het gelijknamige zendingshospitaal te Djoemoe is genoemd, was een Saramaccaanse, moeder van de granman Johannes Arrabini, die door haar invloed als eerste van de Bosnegers gedoopt werd. De naam Saramaccaners hebben zij te danken aan het feit dat zij oorspronkelijkgevestigd waren aan de Saramaccarivier.

De Matuariërs vestigden zich in hun huidig woongebied rond het midden van de 18e eeuw. De bekende prediker Johannes King (geboren omstreeks 1830 en overleden in 1899), naar wie het zendingshospitaal van de EBGS te Stoelmanseiland is genoemd, was een Matawai.

De Paramaccaners zijn nakomelingen van slaven die in het begin van de 19e eeuw de plantages ontvluchtten (vooral uit het Commewijne-gebied) en zich aan de Marowijne vestigden.

De Aucaners zijn nakomelingen van slaven die vooral uit het Boven Commewijnegebied de plantages ontvluchtten rond het midden van de 18e eeuw. De naam Djoeka's hebben zij volgens de overlevering te danken aan het feit, dat zij de Marowijnerivier bereikten bij de Jorka of Djoekakreek. Een andere lezing wil dat bij hun aankomst aan de Marowijne een vogel hun toeriep Djoeka. De naam Aucaners hebben zij te danken aan de houtplantage Auca aan de Surinamerivier, waar er in de 18e eeuw vrede gesloten werd tussen de Aucaners en het Koloniaal Gouvernement. Deze vrede van 1760 ging met veel ceremonieel gepaard.

De Kwinti's zijn nakomelingen van de Marrons die reeds in de 17e eeuw naar de bossen trokken en die in 1684 vrede sloten met gouverneur Van Sommelsdijck.

De Aloekoe's zijn nakomelingen van de Boninegers of Cotticanegers, die in de tweede helft van de 18e eeuw een verbeten strijd voerden tegen de Koloniale Regering. In het Cotticagebied. Onder aanvoering van hun leiders Baron en Boni hadden zij zich verschanst in het fort Boekoe (met deze naam wilden zij aangeven dat ze liever tot stof zouden vergaan dan zich overgeven).
Toen in 1772 Boekoe werd ingenomen door de Koloniale troepen trokken de aanhangers van Boni naar de Franse oever van de Marowijne. Twintig jaar later werd de nog in leven zijnde Boni door de Aucaners gevangen genomen en ter dood gebracht. Allerlei verhalen circuleren nog over de gebeurtenissen die plaatsvonden bij het transport van het lijk. Zo zou volgens de overlevering bij de Boni-doro-soela het hoofd van Boni uit de boot gesprongen zijn. De Boni-negers werden na de dood van Boni door de Aucaners als slaaf behandeld, totdat door ingrijpen van de Overheid in 1861 hieraan een eind kwam.

 Middelen van bestaan

De belangrijkste middelen van bestaan zijn voor de bewoners van Sipaliwini de landbouw, de mijnbouw, de jacht, de visserij en de houtkap. De landbouw is hoofdzakelijk z.g. shifting cultivation, waarbij de landbouwgronden vaak dagen verwijderd liggen van de woondorpen; de mijnbouw betreft voornamelijk de winning van goud, waarbij ook veel personen uit Paramaribo en tegenwoordig ook uit Brazilië betrokken zijn. Goud wordt vooral gewonnen in het gebied van de Boven-Saramacca en Boven-Suriname, langs de Marowijnerivier en in de Lawa-delta (de driehoek tussen de Lawa en de Tapanahoni). In het verleden hebben de goudvoorkomens in dit gebied al aanleiding gegeven tot een internationaal conflict tussen Nederland/Suriname aan de ene kant en Frankrijk/Frans-Guyana aan de andere kant. De kernvraag daarbij was of de Lawa of de Tapanahoni beschouwd moest worden als de belangrijkste bronrivier van de Marowijnerivier. In 1891 deed de czaar van Rusland arbitrale uitspraak in deze zaak. De Lawa werd aangewezen als de belangrijkste bronrivier en het gebied werd daarmee dus aan Suriname toegewezen.

Als de bauxietvoorraden van het Bakhuisgebergte in ontginning komen, zal ook die mijnbouw belangrijk kunnen worden voor de bewoners van het district. Het nieuwe Apoera, op 90 km afstand van de kust had in de conceptie van de Surinaamse plandeskundigen als tegenpool voor Paramaribo moeten dienen en de hoofdstad moeten ontlasten. De essentie van het West-Suriname projekt was winning en verwerking van bauxiet tot aluinaarde en bij beschikbaarheid van voldoende elektrische energie tot aluminium ter plaatse

De laatste jaren zien we dat het (eco-) toerisme naar het binnenland sterk is toegenomen. Diverse reisorganisaties beijveren zich om niet alleen de reizen naar het binnenland mogelijk te maken, maar ook logeermogelijkheden te creeren. Toeristisch van belang zijn in het district Sipaliwini b.v. reizen naar de Boven Marowijne en de Lawa rivier, naar de Paloemeu en de Kasikasima, naar de Boven-Suriname (Awaradam enz.), naar de Blanchemarievallen, naar de Boven Corantijn en naar de Voltzberg en Raleighvallen aan en in de Coppename. In 1998 is door de Surinaamse Regering, naast de reeds bestaande, een zeer groot areaal in het district Sipaliwini tot natuurreservaat verklaard. Ook dit kan bevorderend werken op het eco-toerisme naar en in Suriname.

 Andere links van het distrikt Sipaliwini

Google